Instructie

Praktische implementatiegids voor de Google Drive-koppeling, met een checklist voor test en productie. De genummerde stappen beschrijven de volgorde; gebruik daarna de checklists per omgeving.

Aandachtspunten

  • De koppeling is interactief (geen webhook/cron nodig); wel moet de CRM-module actief zijn en hebben gebruikers de juiste Drive-rechten nodig.
  • De redirect-URI moet exact overeenkomen met het Google-project.
  • De koppeling werkt binnen de Drive van het gekoppelde account; gebruik bij voorkeur een dedicated account.

Checklist — testomgeving

  • ☐ Google Cloud-project aangemaakt/gekozen.
  • Google Drive API ingeschakeld.
  • ☐ OAuth consent screen geconfigureerd met de Drive-scope.
  • ☐ OAuth-client (Web application) aangemaakt; Client ID + secret genoteerd.
  • ☐ Redirect URI geregistreerd zoals i-Reserve die toont.
  • ☐ Auth-scherm gevuld + Stap 1 consent + Stap 2 verbinden uitgevoerd (verbinding getest).
  • ☐ Basismap, submap-patroon en auto-aanmaken ingesteld.
  • ☐ CRM-module actief; testgebruiker met Drive-rechten.
  • ☐ Getest: map/bestand aanmaken, uploaden, hernoemen, verwijderen vanuit een entiteit.

Checklist — productieomgeving

  • ☐ Productie-OAuth-client met productie-redirect-URI; secret apart beheerd.
  • ☐ OAuth consent screen gepubliceerd indien nodig (zodat het refresh-token niet vroegtijdig verloopt).
  • ☐ Dedicated Google-account gekoppeld (geen persoonlijk account).
  • ☐ Basismap/patroon afgestemd op de echte mappenstructuur (geen test-mappen).
  • ☐ CRM-module + Drive-rechten ingericht voor de betreffende rollen.
  • ☐ Eerste live bewerking geverifieerd.
  • ☐ Rollback bekend: koppeling op inactief zetten verbergt de bestandsmanager zonder Drive-data te wijzigen.
Maak/kies een project en schakel de Google Drive API in.
Configureer het consent screen met de Drive-scope en maak een OAuth client ID (Web application) met de juiste redirect-URI.
Vul in i-Reserve client/secret/return url in en doorloop consent + verbinden.
Stel basismap, submap-patroon en auto-aanmaken in.
Zorg dat de CRM-module actief is en de gebruiker Drive-rechten heeft; test daarna upload/hernoemen/verwijderen vanuit een entiteit.