Power Automate-koppeling instellen: stappen in i-Reserve en Power Automate
De Power Automate-koppeling werkt via een custom connector die je in Power Automate importeert uit de OpenAPI-definitie van i-Reserve. De configuratie gebeurt aan twee kanten: eerst richt je in i-Reserve de toegang in (een OAuth client en een connectie-gebruiker) en haal je de definitie op, daarna bouw je in Power Automate de connector en leg je de verbinding. Volg de stappen in deze volgorde.
1. Begin in i-Reserve: OAuth client + connectie-gebruiker
De connector heeft inloggegevens nodig om met i-Reserve te mogen praten. Regel die eerst:
- Log in als beheerder en ga naar Configuratie → Systeem → OAuth clients.
- Maak een nieuwe client aan. Geef een logische, unieke Client ID (bijvoorbeeld
ms_flowofpower-automate). - Genereer een sterke Client secret (gebruik een wachtwoordgenerator, bij voorkeur 32 tekens, max. 80). Noteer client ID én secret — je hebt ze in stap 4 nodig.
- Ga naar Configuratie → Systeem → Gebruikers en maak een connectie-gebruiker aan met precies de rechten die je flows nodig hebben (bepaald via een gebruikersgroep). Met deze gebruiker leg je straks de verbinding.
Achtergrond over de OAuth clients staat op Instellen OAuth Clients en over de authenticatie op Authenticeren via OAuth 2.0.
2. Haal de definitie op: swagger.json downloaden
- Open in je browser
https://<uw-omgeving>/api/rest/microsoft/swagger(bijvoorbeeldhttps://demo.i-reserve.net/api/rest/microsoft/swagger). Deze pagina is anoniem toegankelijk. - Sla de inhoud op als tekstbestand, bijvoorbeeld
swagger.json.
Zie ook API - Microsoft - GET swagger. Let op: importeren via de URL werkt standaard niet — download het bestand en importeer dat.
3. In Power Automate: custom connector maken
- Open Power Automate en ga naar Custom connectors (onder Data).
- Klik op New custom connector → Import an OpenAPI file.
- Selecteer het zojuist opgeslagen bestand
swagger.json. - Geef de connector een herkenbare naam, bijvoorbeeld i-Reserve, en klik op Continue.
- Aan de definitie hoef je in principe niets aan te passen.
4. Security: OAuth 2.0 instellen
Ga in de connector naar het tabblad Security en kies authenticatietype OAuth 2.0 met identity provider Generic Oauth 2. Vul in:
| Veld | Waarde |
|---|---|
| Client ID | De client ID uit stap 1. |
| Client secret | De client secret uit stap 1. |
| Authorization URL | https://<uw-omgeving>/oauth/authorize |
| Token URL | https://<uw-omgeving>/oauth/token |
| Refresh URL | https://<uw-omgeving>/oauth/token — exact hetzelfde als de Token URL. |
- Klik op Create connector. Power Automate genereert nu de Redirect URL.
- Kopieer die Redirect URL en zet hem in i-Reserve bij de OAuth client als redirect_uri (Configuratie → Systeem → OAuth clients). Sla op.
5. Connectie maken en testen
- Ga in de connector naar het tabblad Test en klik op New connection.
- Er verschijnt een i-Reserve-inlogscherm. Log in met de connectie-gebruiker uit stap 1 en geef toestemming voor de gevraagde rechten (scope).
- De verbinding is nu gelegd en kun je testen met een van de beschikbare acties.
6. Je eerste flow maken
- Ga naar My flows → New flow → Automated cloud flow.
- Geef de flow een naam en kies een i-Reserve-trigger (of een trigger uit een andere app, met een i-Reserve-actie erna).
- Bouw de gewenste acties en koppel de velden. Sla op en test met een echte gebeurtenis.
De connectie kan nu in al je flows worden hergebruikt.






