Instructie

Praktische implementatiegids voor de Resivo-koppeling (bezoekersbeheer met remote deuropening), met een checklist voor test en productie. De stappen beschrijven de volgorde; gebruik daarna de checklists per omgeving.

Aandachtspunten

  • Eén credential met scope Customer dekt alle sites van de organisatie; kies Site alleen voor bewuste beperking.
  • De componenten (deuren) moeten in Resivo een unieke weergavenaam hebben — die namen kies je in de mapping.
  • Het reserveringsveld voor het autorisatie-id is verplicht voor het intrekken van toegang.
  • Server-tijdzone moet correct staan (geldig-van/tot gaan in UTC).

Checklist — testomgeving

  • ☐ In de Resivo-portal: Customer ID (= Site Owner ID) genoteerd.
  • ☐ Credential gegenereerd (scope Customer); Client ID en Secret direct gekopieerd.
  • ☐ Eventueel Site ID genoteerd (voor mapping/één-site-beperking).
  • ☐ Componenten (deuren) in Resivo voorzien van unieke weergavenamen.
  • ☐ i-Reserve Auth-tab gevuld (Site Owner ID, Client ID, Client secret, evt. Site ID); verbinding getest.
  • ☐ Details-tab: trigger- en revoke-statussen, tijd vooraf, reserveringsveld en standaardtaal ingesteld.
  • ☐ Mapping: objecten gekoppeld aan de juiste deur(en).
  • ☐ Koppeling op actief gezet.
  • ☐ End-to-end getest: reservering → trigger-status → bezoeker ontvangt deurlink; daarna revoke-status → toegang ingetrokken.

Checklist — productieomgeving

  • ☐ Productie-credentials gegenereerd (eigen Client ID/Secret); Site Owner ID gecontroleerd.
  • ☐ Site-defaultLocale in de Resivo-portal correct ingesteld (bepaalt de taal van Resivo’s berichten).
  • ☐ Echte deuren correct gemapt aan de productie-objecten.
  • ☐ Trigger-/revoke-statussen afgestemd op de echte boekingsflow.
  • ☐ Afstemming dubbele notificaties: eigen booking-mail vs. Resivo-mail/sms.
  • ☐ Eerste live reservering geverifieerd (toegang aangemaakt + ingetrokken).
  • ☐ Rollback bekend: koppeling op inactief zetten stopt nieuwe autorisaties.
Open in de Resivo-portal het API-scherm, noteer de Customer ID (= Site Owner ID) en genereer een credential met scope Customer; kopieer Client ID en Secret direct.
Voeg in Beheer > Integraties een Resivo-koppeling toe en vul de Auth-tab (Site Owner ID, Client ID, Client secret, eventueel Site ID); test de verbinding.
Stel op de Details-tab de trigger- en revoke-statussen, de tijd vooraf, het reserveringsveld voor het autorisatie-id en de standaardtaal in.
Koppel op het Mapping-tabblad elk object aan de juiste Resivo-component(en); de keuze gebeurt op weergavenaam.
Zet de koppeling actief, breng een testreservering naar een trigger-status en controleer de deurlink; test daarna het intrekken via een revoke-status.