Resivo-koppeling instellen: stappen aan de Resivo- en i-Reserve-kant
De Resivo-koppeling vereist configuratie aan twee kanten: eerst API-credentials in de Resivo-portal, daarna de koppeling zelf in i-Reserve.
1. Aan de Resivo-kant (portal)
Log in op portal.resivo.io. Open rechtsboven het organisatie-/site-menu en kies API.
1.1 Customer ID (= Site Owner ID) noteren
Onder General → Getting started staat het veld Customer ID. Dit is in i-Reserve het Site Owner ID. Noteer deze waarde.
1.2 Credentials genereren
- Klik op Generate new credentials.
- Geef een herkenbare Name (bijv.
ireserve). - Kies bij Scope de waarde Customer — dan dekt één credential alle sites van de organisatie. (Kies Site alleen als je de toegang bewust tot één site wilt beperken.)
- Na opslaan toont Resivo eenmalig een Client ID en een Secret. Kopieer beide direct — het secret is daarna niet meer op te vragen.
1.3 Site ID opzoeken (optioneel)
Wil je de mapping vullen of de toegang aan één specifieke site koppelen, noteer dan ook het Site ID. Dit vind je via de Site list in hetzelfde menu (of in de URL van de site: …/sites/<site-id>/overview).
2. Aan de i-Reserve-kant
Ga naar Beheer → Integraties en voeg een Resivo-koppeling toe.
2.1 Authenticatie-tab
| Veld | Wat in te vullen |
|---|---|
| Site Owner ID | De Customer ID uit de Resivo-portal (organisatieniveau). Verplicht. |
| Client ID | De OAuth Client ID van de gegenereerde credential. Verplicht. |
| Client secret | Het Secret van de gegenereerde credential (eenmalig getoond). Verplicht. |
| Site ID | De specifieke site binnen de Site Owner; gebruikt om de componenten (deuren) voor de mapping op te halen. Optioneel. |
| Target mobile app id | (Optioneel) Numerieke Legic-deur-app-id, alleen nodig bij mobiele credentials via de resivo-app. |
Sla op en test de verbinding: i-Reserve haalt een token op en kan de sites en componenten van de Site Owner tonen.
2.2 Details-tab
| Veld | Wat het doet |
|---|---|
| Trigger-statussen (aanmaken) | Bij welke reserveringsstatussen de toegang wordt aangemaakt (bijv. “Bevestigd”). Meervoudige selectie. |
| Revoke-statussen (intrekken) | Bij welke reserveringsstatussen de toegang wordt ingetrokken (bijv. “Geannuleerd”). Meervoudige selectie. |
| Tijd vooraf (minuten) | Aantal minuten vóór de starttijd dat de toegang al geldig wordt (0 = exact bij starttijd). De eindtijd blijft de boeking-eindtijd. |
| Reserveringsveld voor autorisatie-id | Het reserveringsveld waarin het id van de Resivo-autorisatie wordt bewaard. Verplicht voor het intrekken van toegang. |
| Standaardtaal (fallback) | Tweeletter-taalcode (nl, en, de, …) die gebruikt wordt wanneer de klant geen taal heeft. |
2.3 Mapping: object → deur
Op het Mapping-tabblad koppel je elk i-Reserve-object (ruimte/resource) aan één of meer Resivo-componenten (deuren). De keuzelijst toont de weergavenamen van de componenten van de geconfigureerde site. De mapping wordt op naam bewaard; bij elke trigger zoekt i-Reserve de actuele id’s op. Heb je geen componenten in de lijst, controleer dan het ingevulde Site ID en de verbinding.
Objecten én sub-objecten. De objecten-keuzelijst links toont nu zowel hoofdobjecten als hun sub-objecten. Zo kun je een mapping leggen op het niveau van een specifiek sub-object (bijvoorbeeld één studio binnen een verzamelobject), niet alleen op het hoofdobject. Bij een reservering op een sub-object draagt de boeking dat sub-object, waardoor de meest specifieke mapping wordt gebruikt. Bestaande hoofdobject-mappings blijven gewoon werken.
2.4 Activeren
Sla op en zet de koppeling op actief. Test door een reservering naar een trigger-status te brengen en te controleren dat de bezoeker de deurlink van Resivo ontvangt; controleer daarna het intrekken via een revoke-status.





